Op 19-jarige leeftijd is Jacob Oostman een wonderkind aan de wis- en natuurkundefaculteit van de universiteit van Leiden. Het is dan 1941, maar de oorlog gaat aan Jacob voorbij; hij heeft slechts oog voor zijn wetenschappelijke ontdekkingen. Dan wordt hij door SS-Obersturmbannführer Otto Blunck geselecteerd voor het zogeheten Expertenstab. Als Blunck belooft dat hij ruim baan krijgt voor de wetenschap én dat zijn van geboorte joodse ouders met rust gelaten zullen worden, sluit Jacob zich aan. Hij weet zich de rest van zijn leven buiten de schijnwerpers te houden, maar als journaliste Mila Dumas hem confronteert met zijn oorlogsverleden besluit de inmiddels 98-jarige Jacob open kaart te spelen. Het blijkt dat zijn revolutionaire werk in de oorlog doorwerkt naar de huidige wapenwedloop.