De werkgever levert als vanzelfsprekend herendiensten bij het heffen van de loonbelasting en de premieheffing sociale verzekeringen. De heffingen op het loon zijn 'ondanks pogingen tot vereenvoudiging' langzamerhand onbegrijpelijk en administratief belastend geworden. Een gedetailleerd loonbegrip, een zeer uitgebreide gegevensuitvraag bij de maandelijkse loonaangifte, een fijnmazige tariefstructuur en steeds zwaarder wordende sancties liggen daaraan ten grondslag.
In dit boek wordt het huidige stelsel van loonbelasting, premies volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw besproken. Onderzocht wordt of dit stelsel kan worden vervangen door een loonsomheffing. Eenvoud in uitvoering voor werkgevers is daarbij de belangrijkste drijfveer. De auteur gaat in op vragen als: is fiscalisering van de premieheffing mogelijk? Kan het loonbegrip worden vereenvoudigd door gebruik te maken van één loonbegrip dat uitgaat van meer open normen? Is het mogelijk om het subjectbereik van de verschillende heffingen te harmoniseren? Welke administratieve verplichtingen zijn minimaal noodzakelijk om de inhoudingsplicht vorm te geven? Naast de WUL 2010 en de werkkostenregeling, komt ook het SERadvies herziening van de personenkring werknemersverzekeringen aan bod.