In dit boek wordt op een zo toegankelijk mogelijke wijze de inkomstenbelasting beschreven. Aan de orde komen de partnerregeling en de toerekening van de gemeenschappelijke inkomensbestanddelen. Ook worden de drie boxen van de Wet IB 2001 en de arbitragemogelijkheden tussen de drie boxen behandeld.
Tenslotte komen de persoonsgebonden aftrek, de heffingskortingen, de buitenlandse belastingplicht
alsmede de veranderde betekenis van de dividendbelasting in het nieuwe stelsel aan de orde. Aangezien
de Wet IB 1964 nog voor vele onderwerpen relevant zal blijven, wordt regelmatig daarop teruggegrepen.