Op 1 maart 1993 trad de ontnemingsmaatregel in zijn huidige vorm in werking. Met de wetswijzigingen werd beoogd het toepassingsbereik van de maatregel aanzienlijk uit te breiden. Op het gebied van het bewijsrecht heeft dit belangrijke gevolgen gehad. Centraal staat de vraag of de verruiming van de toepasselijkheid van de maatregel en de gevolgen daarvan zijn te verenigen met de doelstelling en het karakter van de maatregel. In dat kader wordt een vergelijkende beschrijving gegeven van het bewijsrecht in de ontnemingsprocedure met het bewijsrecht in de hoofdzaak. Daarbij wordt ingegaan op de verschillende varianten waarin de maatregel kan worden opgelegd en op de jurisprudentiƫle ontwikkeling die de maatregel tot op heden heeft doorgemaakt.