Als je een opstel maakt, of een brief schrijft, moet je je aandacht verdelen over verschillende zaken: de inhoud, de compositie, de zinsbouw, de woordkeus, de spelling enz. Het zou je taak aanzienlijk vereenvoudigen, als je niet aan de vorm van de woorden hoefde te denken. Gelukkig is dat nu al grotendeels het geval, maar er zijn nog altijd woorden, waarbij je even moet denken; dat zijn je struikelblokken, de verstoorders van je gedachten. Ze zijn van tweeƫrlei aard:
Daarvoor dienen de 138 oefeningen in dit werkboek. Veel succes!