Het Kootwijkerzand is één van de vijf plaatsen waar Staatsbosbeheer honderd jaar geleden begon. Niet alleen het beteugelen van de stuifzanden was belangrijk. Ook het bevorderen van de houtproductie in Nederland moest van de grond komen. Stap voor stap beschrijft Gerrit de Graaff het verleden en het heden van de boswachterij Kootwijk.
De wandelaar komt in het Kootwijkerzand steeds voor verrassingen te staan. Mooie vliegdennen sieren de toppen van de stuifheuvels. Niemand heeft ze geplant. De gevleugelde zaadjes zijn daar naartoe gewaaid en in de luwte zijn ze ontkiemd. In dit bijzondere landschap leven zeldzame vogels, zoals de duinpieper en de tapuit. Het omringende bos is leefgebied voor vossen, dassen en konijnen. Ook edelhert, wild zwijn en ree behoren tot de vaste bewoners.
Het is onvoorstelbaar dat in ons overbevolkte land nog zo'n grote zandverstuiving als het Kootwijkerzand te bewonderen is - een mooie tastbare herinnering aan het landschap van de Veluwe zoals dat er vroeger grotendeels heeft uitgezien. Het is een natuurmonument waarin de wandelaar mag gaan en staan waar hij wil.