De voedingsindustrie kende de voorbije jaren enkele turbulente voorvallen (denk aan de dioxine-crisis e.d.). Een gevolg daarvan zijn de hogere eisen i.v.m. de traceerbaarheid van grondstoffen en afgewerkte voedingsproducten. Ook is de kennis over (on)gunstige eigenschappen van bepaalde bestanddelen van de voeding (bijvoorbeeld de additieven) exponentieel toegenomen. Gevolg daarvan zijn de steeds hogere eisen die aan de analysetechnieken van levensmiddelen gesteld worden. In dit boek worden de recente ontwikkelingen op het gebied van levensmiddelenanalyses behandeld. Op het gebied van de staalvoorbereiding zijn deze ontwikkelingen onder meer een gevolg van steeds lagere concentraties van te bepalen bestanddelen, complexere matrices, milieuaspecten voor gebruikte oplosmiddelen en strengere normen opgelegd door de overheden. Er wordt dus gestreefd naar nauwkeuriger resultaten in kortere tijd en met minder kosten. Bij de eigenlijke analyse is het principe in heel wat gevallen een chromatografische scheiding. Andere analysemethoden zijn vloeistof-injectie analyse en capillaire electroforese. Verder zijn er ook de biotechnologische methoden. Bij de detectie, dit is het kwantificeren van de afzonderlijke bestanddelen, zijn er eveneens heel wat recente ontwikkelingen. Elementen die daarbij spelen zijn miniaturisatie en automatisatie. Een trend tegenwoordig is het combineren van twee of meer analysetechnieken. Heel wat voorbeelden uit de recente vakliteratuur illustreren de diverse methoden.