Twee gebeurtenissen overrompelen de zevenendertigjarige inspecteur Stefan Lindman. Kort nadat hij heeft gehoord dat hij aan kanker geopereerd moet worden, leest hij in de krant dat zijn gepensioneerde ex-collega en mentor Herbert Molin is vermoord. Stefan Lindman reist af naar het Noord-Zweedse Härjedalen, waar Molin in zijn verscholen liggende boerderij is afgeslacht. Molin blijkt zich daar niet voor niets te hebben teruggetrokken: hij heeft een verleden. In de boerderij vindt Lindman vreemde bloederige sporen. Het blijken de basispassen van de tango te zijn. Lindman doet nog een aangrijpende ontdekking: Molin is het nazi-gedachte-goed tot aan zijn dood trouw gebleven.