In de jaren vijftig bestelde de NS een groot aantal diesellocs, om daarmee de genadeslag te kunnen uitdelen aan de laatste stoomlocomotieven. Behalve de serie 2200, een Amerikaans ontwerp, werden 130 locs van de serie 2400 besteld bij Alsthom in Frankrijk. In 1954 verscheen de eerste loc op de baan; in 1957 was de serie compleet.
Het was een eenvoudig ontwerp, dat door de Franse fabriek ook aan diverse andere landen werd geleverd. De locs waren bestemd voor de lichte goederendienst en voor middelzwaar rangeerwerk. Ze konden in treinschakeling rijden, waarbij één machinist een aantal locs tegelijk kon bedienen.
De eerste locs waren blauw, later werden alle locs bruin. Dit met uitzondering van de 2530, die in het lila werd afgeleverd. Deze loc had ook een afwijkende, grotere cabine, waardoor de machinist een veel beter zicht had op de baan. Deze loc is vooral bekend geworden vanwege haar diensten voor de sproeitrein, waarmee de NS het onkruid tussen de rails te lijf ging.
De locs van de serie 2400 kregen, net als andere rangeerlocs, in de jaren 60 zwaailichten.
In 1991 gingen de laatste locs uit dienst. Vijftig exemplaren zijn aan de SNCF verkocht, die ze gebruikte voor werktreinen bij de aanleg van hogesnelheidslijnen. Enkele locs zijn bewaard gebleven, waaronder de 2530.
Het boek verkeert in goede staat. De hoekjes van het boek zijn wat beschadigd aan de zijkant/onderzijde. Verder geen beschadigingen of verkleuringen.