Eén lamp. Eén kaart. Eén beslissing die de twintigste eeuw herschrijft.
Augustus 1914. In het Duitse opperbevel in Koblenz trekt generaal Helmuth von Moltke de Jongere een rode lijn door België: het Schlieffenplan, het meesterwerk van zijn oom. In onze wereld haperde het systeem bij de Marne. In deze wereld niet.
Drie kleine dingen veranderen. De Duitse logistiek wordt iets krapper. De forten bij Luik vallen in 72 uur in plaats van elf dagen. De Franse inlichtingendienst schat de opbouw drie fatale ochtenden verkeerd in. Elke verschuiving valt binnen de gedocumenteerde militaire mogelijkheden. Samen luiden ze het moderne tijdperk in.
Van de vernietiging van Fort Loncin tot de evacuatie van Parijs, van de verschuiving aan het Oostfront tot een continent dat in 1916 onder keizer Wilhelm was heringericht – Ewan H. Ingram schetst een huiveringwekkend plausibel alternatief scenario, gebaseerd op archiefonderzoek van Freiburg tot Vincennes en Kew. Joffre, von Kluck, Sir John French, koning Albert, Brusilov – elke commandant handelt zoals het hoort. Elk wapen vuurt binnen bereik. Elke trein rijdt volgens een echte dienstregeling.
Het resultaat is militaire fictie als forensische reconstructie: rigoureus, filmisch en verwoestend.
De Eerste Wereldoorlog zoals die had kunnen verlopen. De vrede die erop volgde. De eeuw die nooit gekomen is.